menu

De sociologische basiswet 

Achtergronden

De door Rudolf Steiner geformuleerde sociologische basiswet beschrijft hoe de mens zich door de tijden heen zó ontwikkelt, dat hij steeds meer in individuele vrijheid en verantwoordelijkheid handelt.

Dit proces van emancipatie van het individu heeft in de praktijk zijn positieve én zijn schaduwkanten. Het individu verwerkelijkt de mogelijkheden die hij in zich draagt - maar kan zich daarbij ook afzonderen van de gemeenschap waarvan hij deel uitmaakt door slechts zijn eigen belangen na te jagen.

In hun bedrijfsorganisatie, hun onderlinge samenwerking, hun contacten met leveranciers en afnemers en in hun verhouding tot de gemeenschap als geheel, proberen de Sleipnirbedrijven recht te doen aan de ontwikkeling van het individu en sociaal gezonde verhoudingen te realiseren.

In de praktijk

Idealiter zouden bij de Sleipnirbedrijven geen mensen in loondienst, maar uitsluitend mede-ondernemers (vennoten) werken. Natuurlijk blijkt in de praktijk dat veel mensen de stap naar het mede-ondernemerschap nog niet willen of kunnen zetten. In de meeste Sleipnirbedrijven werken dan ook (ook) mensen in loondienst.

Onder andere door scholing en overlegvormen wordt geprobeerd alle medewerkers de mogelijkheid te bieden hun betrokkenheid met het bedrijf en de achtergronden van waaruit het bedrijf is vormgegeven, te verdiepen.

In het regelmatige overleg tussen de Sleipnirbedrijven, de zogenoemde ‘Raad van Bedrijven’, worden o.a. kapitaalsvragen gemeenschappelijk besproken, opdat daadwerkelijk vanuit het perspectief van een groter geheel gehandeld kan worden.

Verschillende Sleipnirbedrijven ontwikkelen wegen en middelen om ook de verhouding met de consument een ander karakter te geven waarin de wederkerigheid van belangen, de behoefte van de consument en een transparante prijsvorming centraal staan.

De sociologische basiswet:

“Aan het begin van haar culturele status streeft de mensheid naar het ontstaan van sociale instellingen; het belang van de enkeling wordt voorshands aan het belang van de instellingen opgeofferd; de verdere ontwikkeling leidt er evenwel toe, dat de enkeling zich uit de belangen van de instellingen bevrijdt en tot een vrije ontplooiing van zijn behoeften en van zijn capaciteiten komt.”